All those pretty lights

De bezoekjes aan mijn thuis worden alsmaar schaarser en korter.
Neem nu dit weekend: vrijdagnamiddag thuis, zaterdag naar het lichtfestival en zondagmiddag alweer de trein op (met een welgemeende fuck you naar de stakingen die me hiertoe verplichtten). Veel verder dan de basis-check-up geraak je natuurlijk niet op die tijd, en hoe blij ik ook ben opnieuw gerustgesteld te zijn dat Toby pluizig en wel ’n buikje staat te kweken in een warme stal, en ook regelmatig buitengaat met zijn vriendjes, soms zou het toch leuk zijn niet op elke invitatie nee te moeten zeggen, of er gewoon te kunnen zijn waar nodig.
Het is zoals mijn mede-Leidenaar het treffend verwoordde: ons leven staat op pauze dit jaar.

Soit, heel dat zwaarmoedig geneut terzijde latend (wist je trouwens dat men het werkwoord neuten hier absoluut niet kent? Rare jongens), terug naar het titelonderwerp: Lichtfestival!

Na het geslaagde uitstapje van vorig jaar besloten we er dit jaar weer heen te gaan. Om de parkeerhetse voor te zijn smeedden we het snode plan vroeger te gaan en eerst een bezoekje aan de trollenkelder te brengen (u hoort het, ik zie echt af. Negeer de bovenste paragraaf, indien mogelijk). Daarna volgde een wandeling door de intussen in nachtlicht gehulde stadskern, om vervolgens de aldus opgelopen honger te stillen in de Amadeus. Ondanks de mensenmassa’s, het geschuifel en mijn in zo’n situaties nadelige lengte was het toch echt wel mooi. Vooral de boom met de blauwe vogels “de monsieur Maeterlinck” kon me bekoren. Al was het maar omdat ik er het sprookje bij kon uitleggen en mezelf bijgevolg voor enkele seconden als intellectueel kon uitgeven.

Tot zover het weekend. Nu is de werkweek weer begonnen, en mede daarmee de winter. Fijne, haast onvoelbare sneeuw verandert de stad in een gepoedersuikerd landschap, en ik begin ongeveer aan mijn vierde skelet, tenminste ik ga dat doen eens ik een briljante inval krijg over waarom mijn huidig specimen een unilaterale krommepoot was. Een fractuur is het al niet…misschien was ze gewoon een beetje scheef?

Met de groeten van mijn doos stroopwafels, en de blik op woensdag

Jessie

Meer lichtfestivalfoto’s

Advertenties

Winterwerk

De voorbije twee weken zijn er hier enkele prachtige winterdagen geweest, waarop de vermaledijde zeewind even ging liggen en de zon schitterde in de stadsgrachten. Het valt me dan ook moeilijk kwalijk te nemen dat ik er enkele kiekjes van trok, ook al was dit misschien lichtjes stout aangezien de camera dient voor thesisfoto’s en ik de oplader uiteraard vergat mee te nemen. Het was het waard.

…Voor de ochtendgloed over de Beestenmarkt…

(bemerk het wildbreien!)

..Maar vooral voor de reflecties in het water:


(die laatste twee foto’s staan op hun kop ter illustratie, zoals u allicht al observeerde)

De stadsduiven vonden het maar niets, en zetten hun veren op tegen de kou…

…en ik ging naar het lab, om dit officieuze beeld van mijn jongedame te maken:

Naast het feit dat ik haar volledig geregistreerd heb, en genoeg haar kon samplen voor isotopenonderzoek, had ze ook nog eens spondylolysis:

Het was dus best wel een toffe meid! Degene waar ik nu mee bezig ben is ietwat minder boeiend, maar gelukkig bijna af. En wie weet wat nummer drie oplevert…

Rookalarm

Het rookalarm van mijn kot is een mietje.

Toen ik deze avond, na een lange dag in het lab en een allesbehalve leuke wandeling door de ijsregen thuiskwam, was de gedachte snel iets eetbaars op mijn bord te toveren prominent aanwezig in mijn helaas habitueel overvolle hoofd.
Daarom begon ik snel groenten te snijden, en smeet ik mijn reepjes seitan alvast op de pan. Nu moet je weten dat mijn achterste kooksteen slechts twee standen kent: koud en extreem heet. Om het spannend te houden is het moeilijk in te schatten welk van de twee je te pakken hebt voor de olie alle kanten uit spettert. Zoals je al kunt raden, was, terwijl ik aan tafel rustig broccoli in stukjes sneed, de seitan stilaan het punt van lekker krokant aan het passeren op een steen die vandaag maar eens voor heet had geopteerd. Ik was me eerst van geen kwaad bewust, maar zelfs het gecombineerde lawaai van Jet uit de boxen en de dampkap was niet opgewassen tegen het helse schrille gekrijs van het rookalarm dat ingreep in mijn culinaire exploten.

Omdat ik geen flauw idee had wat ik hieraan moest doen, belde ik dan maar in allerijl en met een klein hartje naar de huisbaas, die onmiddellijk beloofde af te komen om het onding af te zetten (wat wel vriendelijk van hem was, in retrospect). Want wat u ook moet weten over mijn kot, is dat het plafond een drietal meter hoog is, en ik dus met mijn diminutieve gestalte de sensor niet kan bereiken. Of toch; eens ik wist dat ik het alarm kon uitzetten op het bakje zelf, kon ik moeilijk niet zelf proberen. Dus maakte ik een boeiende maar relatief stabiele stelling van mijn meubels, met plotselinge dankbaarheid om de lichtheid en bijgevolg versleepbaarheid van ikeatafels, en slaagde ik erin dat rotalarm het zwijgen op te leggen. Nog even snel getelefoneerd naar de huisbaas dat ik het gefikst had, en dan inventaris genomen van het te redden voedsel. Ik wierp één blik in de pan: slechts een beetje aangebakken. Nog perfect eetbaar. En in feite, na enige inspectie van de kamer, geen rook te zien, enkel vaag te ruiken.

Vandaar de conclusie van de dag: mijn rookalarm is een mietje.

Jessie

Nieuw Jaar

Het is een ontegensprekelijke faux-pas, dus u mag gerust met geaffronteerde blik één of andere uitstoot van absolute belediging maken waarin u communiceert hoe hard u geraakt bent in uw culturele wortels, maar toch moet ik het zeggen.
Nieuwjaar boeit me hoegenaamd niet.
Het is een concept dat enkel verklaarbaar is wanneer je de cognitieve processen van de homo sapiens sapiens hebt doorgrond, vermoed ik.

Aanschouw de feiten:
Stap 1: Vind een jaartelling uit in een semi-futiele poging dat ongrijpbare gegeven dat we tijd noemen in verstaanbare porties op te delen.
Stap 2: Vier het vervliegen van een dergelijke tijdseenheid.

We zijn een vreemde diersoort.

Dat terzijde gelaten, beleefde ik dit jaar wel veruit het leukste middernachtmoment tot nog toe, in wat algemeen een bijzonder fijne avond was. En als dit u contradictoir lijkt, gelieve dan nauwlettend na te lezen en te bemerken dat hoewel ik het concept Nieuwjaar enkel als absurd kan bestempelen, ik nergens stel dat het niet gevierd mag worden. Je zou behoorlijk getikt moeten zijn om een reden tot uitgebreid feest af te keuren, naar mijn onbescheiden opinie. En daarbij, het breekt de sleur, en dat is levensnoodzakelijk.
Zeker in de winter.

Laten we gewoon met z’n allen de sociale conformiteitsdruk doen verdwijnen, om de jaarlijkse, zinloze, zelfmoordpiek eindelijk naar het verleden te verbannen, alsook alle andere gerelateerde leed. Er is al zo veel droefheid.

Gelukkig Nieuw Jaar,

Jessie