Spraakwater

Er zijn twee manieren waarop ik schrijf.

De eerste is het voluit spouwen van hersenspinsels, in een klaterende woordenval waarover zelfs mijn eigen brein weinig controle heeft terwijl lettergrepen mekaar voorbij te proberen steken in een eindstreeploze race om als eerste op het blad te staan. Dit soort schrijfsels laat ik vaak zonder veel waarschuwing in de fysieke of digitale postbussen van verwante zielen vallen, in de hoop dat zij de kop van de staart kunnen ontwarren en de gedachtengang volgen die probeert tot uiting te komen in de jolijtige wirwar van letters. Vol verwachting dat ze hem beantwoorden met een al even uitbundige stroom van onderontwikkelde concepten en losse overpeinzingen, zodat we mekaar kunnen helpen dit vreemde universum waarin we als compleet willekeurig product van een ietwat logische maar ook oh zo absurd ongeplande evolutie ronddwalen.

De tweede methode is minder ongeremd. Dan ga ik me eerst inlezen in een onderwerp, om alle invalshoeken te ontdekken, verscheidene opinies te begrijpen, en de geschiedenis en evolutie van het subject in mijn hoofd te omvatten. Het probleem hiermee is dat ik na dit vooronderzoek bijna steeds tot de conclusie kom dat alles al gezegd is, of dat ik echt nóg meer moet lezen vooraleer ik gekwalificeerd ben om er iets over te schrijven. En dan blijven mijn inzichtjes hangen in hun veilige schedelwereld, aarzelend over hun validiteit en uiteindelijk gedoemd om te stagneren, tenzij de roekelozere kant van mijn expressiedwang ze alsnog naar buiten stuwt.

Uiteraard zijn beide schrijfmethodes vreselijk verkeerd, en ligt de weg naar de waarheid in het midden, wanneer expressie en kennisvergaring mekaar aanvullen. Ooit beloof ik dit wonderlijke middenpad te bewandelen, maar voor nu geniet ik te veel van het exuberante spraakwater gespouwd door mijn tomeloos enthousiaste cerebrum. Ter bewijs zal ik dit woordige gewouwel gewoon gezellig met de wereld delen.

Liefs,
Jessie

Advertenties